Opluchting…

Wat een opluchting. Wat een blok is er van mijn schouders gevallen! Herinner je je nog de hele rompslomp die er volgde op mijn ontslag van september vorig jaar? Het was nogal een geloop en een gedoe, maar om het kort samen te vatten: het is in orde!

Vorige week dinsdag kreeg ik een mail van mijn vakbond. “U heeft een goedgekeurde code gekregen voor de maanden april tot en met juli. U zal dus uitbetaald worden. Maar is het mogelijk ons de controlekaarten voor deze 3 maanden opnieuw te bezorgen, net zoals uw inschrijvingsbewijs bij de VDAB?”

Eerst was ik blij, tot ik de ‘maar’ las. Het is toch niet mogelijk, he?! Nu dat weer! Ik mail vriendelijk terug dat ze mijn inschrijvingsbewijs twee weken geleden nog maar een derde keer gekregen hebben, maar dat ik ondertussen een vrijstelling heb gekregen bij de VDAB. Ik vroeg ineens ook welke controlekaarten ik nu opnieuw moest indienen, want door die vrijstelling heb ik er geen blauwe meer, maar witte. Bon.

Ik kreeg een mail terug met de vraag of ze mij die blauwe controlekaarten opnieuw moest opsturen. Uiteraard heb ik ‘ja’ geantwoord! Woensdag zaten ze al in mijn bus.

Donderdagochtend, ik ga wéér naar het kantoor van mijn vakbond. Ik krijg eindelijk een ticketje toegewezen. Maar mijn kaarten had ik nog niet afgegeven. “Ik wil ze persoonlijk afgeven en horen dat het in orde is, dat ik binnen twee dagen weer geen brief krijg om te zeggen dat er iets niet in orde is.” Ik werd begrepen.

Ik kwam bij een man terecht. Die zegt mij: “het is allemaal in orde. Ik ben nu de betaling aan het valideren.” Je wilt niet weten hoe blij ik was. Echt serieus! Bovenop de betaling die volgde, kwam er ook nog een bijpassing, want ik had te weinig gekregen. Ongelooflijk content was ik! Ik wil vertrekken, en die man van de vakbond zei me: “Ik wil u nog bedanken voor uw koelbloedigheid, mevrouw. In uw plaats zou ik bijlange zo kalm niet kunnen gebleven zijn. Want het had nogal wat voeten in de aarde, he.” Ik schrok van deze woorden, want ik vond dat ik alles behalve koelbloedig was. Maar langs de andere kant wil dat ook zeggen dat ze daar heel wat andere gevallen dan mij over de vloer krijgen.

Bon, gisteren was ik helemaal content. Het geld stond op onze rekening. Eindelijk in orde! En vanaf nu zal het ook zo zijn. Oef.

Van slag was mijn stageles die ik nadien gaf een pak beter dan eerder in de week. En thuis was ik ook plots een ander mens. Want zo lopen en doen, dat vreet toch aan een mens…

Liefs,
Me, Myself and We.

Advertenties

Wat een geloop en gedoe …

12 september 2016. De dag voor mijn 31ste verjaardag. Die dag kreeg ik mijn ontslag en moest ik als een crimineel het bedrijf verlaten. In tranen heb ik Het Ventje gebeld. Want hoe je het ook draait of keert: een deuk in je ego is het wel…

Ik werd uitbetaald tot 6 april 2017 na 6.5 jaar dienst enzo. Hoe dat juist wettelijk geregeld is weet ik niet, maar ik was toch een paar maanden ‘gerust’. Ik ben wel quasi onmiddellijk naar mijn vakbond gegaan om mijn verhaal uit de doeken te doen en te vragen wat ik nu moet doen. “Niets, kom gewoon eind maart terug, een week voor je uitbetaling afloopt, en dan zullen we alles in orde brengen.”

Zo gezegd zo gedaan. Eind maart ging ik terug naar de vakbond, maar ondertussen had ik ook al gewerkt in het onderwijs. Ik zat dus met een grote C4 van mijn eerste werkgever, en een kleine C4 van in het onderwijs. So far so good. Alle papieren waren op tijd binnen en doorgestuurd.

Pas na een tijdje en nadat ik zelf terug naar het ACV ben gegaan, kreeg ik te horen dat er een probleem was met mijn dossier en dat er een bepaald document ontbrak. Het dossier werd vanuit de RVA terug opgestuurd naar het ACV waar het nooit is toegekomen. Waar waren mijn papieren? Kwijt. Simpelweg kwijt. In die 19 jaar dat die mevrouw voor de vakbond werkte, heeft ze dat nog nooit meegemaakt…

Blijkbaar had ik in 2007 ook een werkloosheidsuitkering aangevraagd in Vlaams-Brabant, maar nooit gekregen omdat ik direct nieuw werk had. En blijkbaar ontbrak er dus een overdrachtsformulier om mijn dossier van RVA Vlaams-Brabant naar RVA Oost-Vlaanderen over te dragen. Dat papier werd ingevuld en ondertekend, maar tegelijkertijd werd er mij ook gevraagd om contact op te nemen met mijn ex-werkgevers (zowel de privé als de school) om nieuwe originele C4’s op te sturen. Ik heb hier wijselijk voor bedankt en gezegd dat ACV dit zelf mocht doen. Het is ergens bij hun communicatie dat mijn papieren zijn verloren gegaan en ik neem liever geen contact meer op met mijn privé-werkgever. (Ik heb trouwens ook quasi iedereen die daarmee te maken heeft geblokkeerd op Facebook en Instagram.)

Uiteindelijk waren mijn C4’s dan opnieuw in orde, dank u ex-werkgevers. Dus dacht ik dat het in juni wel in orde zou komen… Niets daarvan. In juli nog altijd geen uitbetaling gekregen, dus ik terug… Er werd gebeld naar RVA: “Ze moeten je nog een code geven, maar dat zal tegen eind volgende week in orde zijn.”

Vorige week (we zijn bijna midden augustus): nog steeds niet in orde. Er werd opnieuw gebeld naar RVA: “Het is allemaal in orde, eind volgende week krijg je daar nieuws over.”

Vandaag had ik nog niets in de bus gekregen en aangezien het ACV alleen in de voormiddag open was, ben ik nog maar eens teruggegaan. “Ahja, vandaag werd er iets in je dossier gewijzigd. Neem maar een nummertje en wacht nog maar even.” (Een uur heb ik in de wachtzaal gezeten…)

Bon, ik kom aan een bureautje bij een vriendelijke dame (ze zijn daar allemaal wel vriendelijk hoor, hoewel ik ook behoorlijk boos begin te worden) die me wist te vertellen dat er een 0 code werd gegeven vanaf 7 april, de dag waarop ik mijn uitkering aanvroeg, en een deftige code ga krijgen vanaf 28 juli 2017. Ik vroeg dus, net zoals jij nu denkt: “Wilt dat dan zeggen dat ik geen uitkering ga krijgen van 7 april tot 28 juli?”

“Inderdaad.” werd mij gezegd en tegelijkertijd werd er mij ook verzekerd dat er maandag contact wordt opgenomen met de RVA, want dat ik wél met alles in orde en op tijd was, maar dat de communicatie tussen beide volledig is verkeerd gelopen en dat het dus niet aan mij lag.

Nu hoop ik maar dat het ACV het in orde gaat krijgen, of ik moet naar de arbeidsrechtbank stappen… Vandaag zat er trouwens een brief in de bus met de beslissing van de RVA op vermeld. Gelukkig had ik al een woordje uitleg gekregen, of ik zou gewoon gefreakt hebben.

Maandag zou ik dus meer moeten weten (nog wachten) en ga ik weten hoe ze dat gaan oplossen. Ik ben eens benieuwd, want hoe je het ook draait of keert: onze spaarpot geraakt stilaan leeg… Gelukkig heb ik een vakbond om dat een beetje voor mij op te lossen. Ze nemen er wel hun tijd voor, maar als je dat allemaal zelf moet in orde brengen: waar moet je in hemelsnaam zijn? Ik zou het echt niet weten…

En zo heb ik dus deze voormiddag mijn tijd een beetje verspild en verspeeld…

Liefs,
Me, Myself and We.

Ik ben – weeral! – boos

Op mijn werk is het niet zo ideaal als ik zou willen. Integendeel. Zoals jullie wellicht nog weten is het tegenwoordig dik tegen mijn goesting dat ik kom werken, hoewel ik stilaan meer en meer plezier begin te krijgen in mijn werk (in de mate van het mogelijke).

Zoals jullie misschien wel weten, en anders weten jullie het nu, heb ik in februari mijn evaluatiegesprek gehad. Deze was niet zo goed, maar ik dacht dat ik me goed had verdedigd. Ik kreeg trouwens tijdens dit evaluatiegesprek te horen dat ik asociaal ben omdat ik altijd mijn oortjes in heb. “Het is net of je vertrouwt je collega’s niet.”

Ik heb hierop gereageerd en gezegd dat ik dat puur voor mezelf doe, omdat ik afgeleid word door het geruzie van mijn collega’s en me zo niet kan concentreren. Dit werd genoteerd, dacht ik.

Mijn evaluatieformulier werd samen met een voor mij onbekend begeleidend schrijven, aangetekend opgestuurd. De inhoud van die begeleidende brief was voor mij totaal nieuw, dus ik was behoorlijk geschrokken. Ik vroeg aan mijn collega die altijd loopt te stoefen dat hij zoveel kennis van het rechtsysteem en al heeft, wat ik moest doen. Volgens hem moest ik aangetekend reageren.

Ik heb dan ook een brief opgesteld en ik had aan hem gevraagd of hij die eens wou lezen als hij zin en tijd had. Zo geschiedde. Hij heeft dat voor mij gedaan. Ik heb die brief afgeprint en aangetekend teruggestuurd.

Als reactie kreeg ik per aangetekende een bevestiging dat mijn brief ontvangen werd, dat er niet akkoord werd gegaan met de inhoud ervan. Maar over welke inhoud er gesproken werd, daar is tot op heden nog niets over verteld of toegelicht.

Ondertussen zijn we dik twee weken verder. Afgelopen vrijdag kwam de financiële directeur bij mij, tevens ook de baas van mijn “collega”.
“In het vervolg je frustraties niet op de werkvloer uiten, he. En zeker je collega’s daar niet in betrekken. Dat is een raadgeving die ik je geef.” zei hij mij.
“Ja, OK. Ik zal het onthouden en nooit meer doen. Bedankt voor de tip.”

Ik kom maandagochtend aan op kantoor en de volgende mail zat in mijn mailbox.

Onderwerp: onderhoud 18/03

Dag Sarah,

Zoals kort heden samen besproken naar aanleiding van jouw antwoord op een aangetekend schrijven van NV Huppeldepup, gelieve:

  1. Dergelijke zaken buiten het werk te verrichten en dus niet tijdens de kantooruren en binnen de kantoormuren
  2. Jouw collega’s op het werk hierin niet mee te betrekken

Ik dank je voor jouw begrip.

Met vriendelijke groet – Cordialement

Eerst en vooral: onderhoud?? Ik dacht dat het een tip was die hij mij gegeven heeft?

Ten tweede: excuse me? Ik heb aan die ene collega gevraagd om die brief te lezen als hij tijd en zin had. Als hij dat per sé tijdens de kantooruren wil doen, dan is dat zijn zaak, toch? Ik heb om 7u50 geantwoord op deze mail met de vraag of die financieel directeur naar kantoor kwam maandagochtend omdat ik hem ook het één en ander te vertellen heb.

Ik heb hem niet gezien maandag… Ondanks het feit dat hij op kantoor was!

Ik zou hem willen zeggen dat het een vrijblijvende vraag was. Dat mijn collega zelf beslist heeft dat tijdens de kantooruren te doen.

Verder zou ik ook willen zeggen dat ik niet betrokken wil worden in de vunzigheid van mijn collega:
– die stinkt
– die snuit zijn neus zonder zakdoek
– die verzamelt muizenkeutels op zijn bureau
– die zit ongenegeerd te boeren
– die komt al zuchtend binnen en zegt dat hij moe is
– die start zijn dag met een bruistablet omdat hij koppijn heeft
– die stinkt geweldig hard
– die zit heel de tijd scheten te laten
– die maakt ruzie met klanten en onze winkels
– die prijst zichzelf de hemel in ten aanzien van onze advocaat
– die stinkt zodanig hard dat ik er mottig van word
– …

Ik zit dus weer met mijn oortjes in mijn oren, het risico lopend dat op mijn volgend evauatiegesprek weer naar boven gaat komen dat ik mijn collega’s niet vertrouw.

Maar heb ik ongelijk misschien? Het is weer maar eens gebleken dat ik die ene persoon echt niet kan vertrouwen. Dat die zelfs alles gaat overbrieven vind ik nog het degoutants van al.

Omwille van dat tijdskrediet enzo blijf ik hier nog. Maar punten voor sfeer en gezelligheid liggen vér onder nul.

Pfff… Ik weet niet wat ik het best doe om goed te doen…

Liefs,
Me, Myself and We.

Ik ben boos!

Sinds een tijdje werk ik binnen onze firma op de dienst marketing en bestaan mijn taken uit het databasebeheer en data-input. Ik moet met andere woorden productinformatie opzoeken op het wereldwijde web en opslaan. Nadien is het de bedoeling dat ik bepaalde technische gegevens invul in een softwareprogramma voor onze vernieuwde website die binnenkort live gaat.

Gisteren had ik mijn evaluatiegesprek en kwam er naar boven dat mijn productkennis niet echt ideaal is waardoor mijn werkritme laag ligt.

Nu moet je weten dat ik voor 1 leverancier een 400tal producten heb ingevuld. Als ik aan mijn rechtstreeks leidinggevende vraag of ik met de volgende leverancier moet beginnen, dan is dit geen goed idee want er moet nog veel afgewerkt worden. Met andere woorden: mijn initiatief wordt afgestompt (maar ik krijg dan wel tijdens mijn evaluatie te horen dat ik weinig initiatief neem).

Nu heb ik dat proberen doen en die 400 producten heb ik op eigen houtje nog eens gecontroleerd en feedback gevraagd aan mijn rechtstreeks leidinggevende zodat ik nog de laatste details kon aanvullen.

Zo gezegd zo gedaan: ik doe mijn best en stuur hem alles heel gedetailleerd op. Maar wat krijg ik terug? Een boze mail met de melding dat ik geen eenheden mocht aanpassen (als in de brochure staat dat een steel 120cm lang is, moet ik dat in mm invullen. Waar is de logica?) wat ik alleen maar gedaan heb om goed te doen.

Ook is het zo dat mijn “opleiding” voor dat softwareprogramma eerst op een maandag ging doorgaan. Ik keek ernaar uit en had echt zin om aan te beginnen. Wat zie ik maandagochtend? Een mail van mijn rechtstreeks leidinggevende dat de opleiding niet doorgaat (verzonden de vrijdagavond ervoor, om tien voor vier, toen ik ziek thuis was). Ik kreeg het al op mijn heupen! Ook en vooral omdat er geen nieuwe datum werd voorgesteld.

Plots staat die voor mijn neus de donderdag na de voorziene datum en werd er verwacht dat ik direct meeging voor de “opleiding”. Ik zei hem eerlijk dat ik van niks wist en hij gaf uiteindelijk toe dat hij mij vergeten uitnodigen was. Jaaahaa! Soit, de grote baas van onze dienst gaf me gelijk dat ik zo niet behandeld mocht worden.

Dus, die “opleiding” duurde twee uur en dan was hij weg. Dus vragen stellen was uit den boze. Hij was niet beschikbaar. Hoe wil je dan vermijden dat er fouten gemaakt worden als je niet ondersteund wordt!?

Soit, mijn rechtstreeks leidinggevende heeft me de gevraagde gegevens voor de producten bezorgd waar ik blij mee was, want dan kon ik dat gaan aanvullen in het softwareprogramma.

Wat ziet mijn oog na vijf producten opnieuw open gedaan te hebben? Dat hij dat zelf heeft ingevuld! Hoe kan ik nu iets leren als ik geen kansen krijg? Hoe kan ik mijn productkennis opvijzelen als ik er de mogelijkheid niet toe krijg!?

Ik heb die mail doorgestuurd naar de grote baas van onze dienst en hem verwezen naar mijn evaluatiegesprek van gisteren. Ik ben eens benieuwd wat hij daaraan gaat doen, want eerlijk? De motivatie zakt op die manier pijlsnel naar beneden!

Wat zou jij doen in mijn plaats? Ik vind het niet netjes zoals ze me hier behandelen.

Liefs,
Me, Myself and We.

Veranderingen

Toen in september een collega van me in zwangerschapsverlof vertrok, kreeg ik de eer en het genoegen om haar bureau te gebruiken in Nazareth (Deinze). Van bij mij thuis is dit een zalige verbinding. Ik rij gewoon tegen het verkeer in! Zalig. Veel minder stress ook.

Na de kerstvakantie komt die collega terug en is er geen plaats meer voor mij in Nazareth. Ik moet dan terug naar Anderlecht gaan.

Aalst-Anderlecht, dat wil zeggen:
– file op de E40 vanaf Aalst tot Groot-Bijgaarden, en met een beetje tegenslag ook nog file op de Brusselse ring
– opstaan om 5uur om om halfzeven TEN LAATSTE te vertrekken om op tijd te zijn
– ’s avonds proberen om halfvijf te vertrekken om op tijd in de crèche en school te staan, liefst zonder mijn stuur op te eten
– weer veel meer stress qua verkeer
– weer veel minder slaap

Vergeef me, maar ik kijk er niet bepaald naar uit. De balans tussen werk-privé wordt zo weer fel verschoven en uit evenwicht gebracht. Maar niemand houdt daar rekening mee.

Mijn motivatie zakt nog verder de dieperik in, gewoon omdat ik zoveel reistijd voor de boeg heb. Tijd die ik zoveel nuttiger kan besteden (aan slaap bijvoorbeeld). Pfff. Om vijf uur opstaan om om acht uur op kantoor te zijn. Niet normaal! Maar niemand houdt daar rekening mee.

Sorry voor mijn klaagzang. Het moest me van het hart. Ik zie dat echt niet zitten. Ik wil gewoon een potje bleiten nu! Een nummer, dat ben ik. Dat is iedereen. Als puntje bij paaltje komt.

Eerst nog de kerstvakantie overleven. Dat moet wel lukken. Met veel geblok voor mijn examens, maar ook feestjes en genieten van mijn kindjes. Na de vakantie is het dan me voortslepen om terug aan het werk te gaan. Met lood in de schoenen…

Liefs,
Me, Myself and We.

Laatste examendag

Maandag 22 juni 2015.

De ochtend begon goed. Ik stapte in mijn auto om 7uur30 en vertrok. Het examen begon om 9uur. Ik dacht ruim op tijd te zijn, maar dat was buiten de wegwerkzaamheden gerekend. Om 9u15 viel ik het examenlokaal binnen.

De enige andere student die zijn examen Frans van januari moest afleggen, was al bezig. Ik krijg mijn examen en begin inwendig te flippen. Crap! Zoveel dat ik precies niet gestudeerd heb… Doeme.

Tijdens het examen kwamen er nog andere studenten hun TAC (Taalcompetenties) inhalen, mondeling. Van afleiding gesproken!

Om 11uur heb ik afgegeven. Kleine pauze gehouden en om 11u30 aan mijn mondeling begonnen. Om 11u45 gaf die andere student Frans zijn examen af. die was dus vroeger bezig en later klaar. Overduidelijk dat mijn examen niet goed gaat zijn! Mondeling viel wel mee, dacht ik… Niet dus.

Ik kom thuis om 13u30. Ik heb iets gegeten en ben om 14uur naar de action gereden. Ik had nog wat gerief nodig, maar daarover zal ik later misschien ook iets schrijven. Om 15uur kom ik thuis met al dat gerief in mijn auto. Ik dacht bij mezelf “Rap alles in de gang zetten, misschien al naar de zolder doen, en dan mijn jongens gaan halen zodat ik een fijne avond met hen kan doorbrengen.”

Ik wil me voor onze deur parkeren en moet daarvoor manoevreren. Ik zet me dus naast het boompje voor onze deur om dan achterwaarts in te parkeren. Terwijl ik naast dat boompje sta, zie ik uit de parking links van mij een auto recht achteruit rijden (die parkings staan loodrecht op de onze met een straat tussen). Ik zie die auto dichterbij komen en denk nog ‘Die gaat mij heel zeker raken.’

KABOEM!

‘Oei, dat was precies wat harder dan ik had gedacht. En nu gaat die terug vooruit rijden en kan ik de schade opmeten.’ zei ik tegen mezelf.

KABOEM!
KABOEM!
KABOEM!

Ik ben daar beginnen claxonneren (wat is het correcte Nederlandse woord hiervoor? Vraagt een leerkracht Nederlands-in-spé), heb mijn venster opengedraaid en heb keihard geroepen “GE ZIT MET UWEN TREKHAAK IN MIJN DEUR!”

Die mevrouw stapt uit haar uit, kijkt eens naar de auto’s en zegt “Ik weet het. Maar ik geraak er niet meer uit. Ik ga nog is proberen, he”

Ik dacht: ‘Nu gaan we het krijgen… Die gaat hier vooruit rijden en die trekt heel mijn deur mee.’
Ze rijdt vooruit, mijn deur bleef zitten waar ze zat. Ik doe die open, stap uit en kijk eens. Zij stond ondertussen ook naast mij. “Wij moeten precies het één en ander invullen, he.” zeg ik haar.

“Neen, we gaan dat zo regelen, want dat is de auto van het werk van mijn vriend en dat is al de vierde keer in twee jaar dat wij daar iets mee voorhebben en onze franchise gaat dan omhoog en…” Ik herkende haar ineens en ik zei: “Jij bent de mama van Joke, he.” (Joke is één van de buurvrouwen.) “Jaja, dat ben ik.” Ik zei dan: “OK, dan regelen we het zo. Ik kom dadelijk naar jou, maar ik ga eerst de jongens gaan halen in school.”

Ik rij naar school, met de daver op mijn lijf. Ik bel naar Het Ventje. Ik leg hem alles uit. OK… alles duidelijk voor iedereen.

Ik ga terug naar huis, met de jongens. Mevrouw komt afgelopen. “Rijden we nu naar de carrosserie dat die direct een prijs kan maken?” was haar vraag. “Euh. Ilian moet zijn flesje hebben. Eerst dat, dan kunnen we daarna eens gaan.”

Om halfvijf zijn we dan vertrokken. zij reed voorop met haar auto, ik daarachter met de twee jongens bij mij. Ik weet niet of jullie het nog weten, maar op maandag 22 juni is er op de E40 in aalst een dodelijk ongeval gebeurd richting de kust? Wij moesten naar Ternat, dus van Aalst richting Brussel -> dat ging nog wel. Maar die terugrit moest ik dus ook maken, met twee kinderen in de auto. Ik keek er al naar uit …

We komen bij de carrosserie aan. “Oei, madame, da ga ge toch via de verzekering moete regele zenne. Da gaat u anders veel te v eel geld kosten. Daar moet een nieuwe deur in.” Ja, lap… “Maar als jeh em hier binnenbrengt, krijg je een vervangwagen. Alleen de benzine moet je betalen. Ik lever hem vol en verwacht hem vol terug.”

Mevrouw dan tegen mij. “Is het goed dat ik woensdagmiddag om halféén langskom? We zullen dan de papieren invullen, maar op mijn auto.”
“Heb jij een trekhaak op jouw auto?”
“Neen.”
“Dan gaat dat moeilijk worden, he. Want een expert gaat dat direct zien dat dat van een trekhaak komt. uw bol staat er te schoon in.”
“Maar dat is toch niet waar…”
“OK. Kom woensdagmiddag maar langs.”

Wonesdagmiddag, kwart na twaalf. Mijn zus was bij ons. Ik heb de oven voor de pizza’s toch opgezet. “We kunenn toch moeilijk wachten tot die mevrouw gepasseerd is voor we eten. Ik heb honger! En Mauro moet ook eten.”
Om halféén zie ik ze toekomen. Ik zie mijn buurvrouw, die Joke, bij haar in de auto stappen en wegrijden. “Heh?!” zeg ik. “Dat is straf.

Wij eten onze pizza, mevrouw bleef weg. Ik zei dan tegen mijn zus “Ik ga die raamversiering van de geboorte van Ilian weghalen, als ze dan terugkomen zien ze dat ik het gezien heb. We kunnen elkaar niet negeren op die manier.”

De raamversiering was weg. Mevrouw was nog altijd niet terug…

Halftwee, een uur na afgesproken, had ik er genoeg van. “Ik ga is gaan bellen bij Joke. Misschien staat ze achter de hoek geparkeerd en probeert ze ervanonder te muizen.”

Ik ga bellen. Geen antwoord…  Terwijl ik de straat overstak naar mijn voordeur, kwame nze de straat ingereden. Ik bleef buiten staan wachten, met mijn armen gekruist en op het randje van ‘tap-tap-tap’ met de voet. Ze kwam direct afgelopen. “Ja, sorry, Joke wou frietjes gaan eten.” zei mevrouw de brokkenmaker. “OK. Kom erin.”

“Ik heb er vannacht van wakker gelegen. op mijn auto gaan we geen papieren kunnen invullen, he. Ze gaan dat zien, he.” was haar openingszin nadat ze binnen was.
“Ik ben blij dat je het hebt ingezien.”
“Maar allez, als je uw inschrijvingskaart NU doorstuurt aan de carrosserie, dan maakt die  direct een offerte voor de herstellingskosten.”
“Ja, maar, dat moet niet op mijn naam gebeuren, he!”
“Neeneen, maar stuur je dat dan nu door?”
“Ik zou willen dat je eerst een papiertje schrijft en ondertekent waarop staat dat jij opdraait voor de kosten, anders doe ik niks.”

Zo gezegd, zo gedaan. Klein briefje werd geschreven en getekend en door mij bewaard.
Inschrijvingsformulier werd doorgestuurd naar garagist.

Donderdagochtend, op weg nazar het werk. Ik bel naar de carrosserie. “Zou je van die witte Hyundai werk kunnen maken aub? Ik voel me niet veilig en een geblutste wagen terkt meer blutsen aan.”
“Heb je mij alles wel goorgestuurd?” vroeg die mij.
“Natuurlijk! Gisteren al!”
“Ahja, OK. Ik maak er werk van.”

Pas de maandag erop, de 29ste, kreeg ik en alleen ik een offerte in mijn mailbox. Ik heb niet gemankeerd en heb die direct doorgestuurd naar die mevrouw. Blijkbaar heeft ze die dan betaald.

Ik bel voor een afspraak, die maandag de 29ste. “Volgende week maandag mag je hem binnenbrengen,” “OK. Tussen 7u30 en 8u ben ik daar (op weg naar mijn werk).”
“Dat gaat niet. Wij zijn maar open vana 8u30.” zegt die mij. Ja… Weeral een gewring en gedoe om dat geregeld te krijgen.

Maandagochtend, 6 juli, ik rij met de auto van Het ventje naar het werk. Hij gaat mijn auto binnendoen. Hij stuurt mij een mailtje: ja jong, een nissan pixo.
Ik google snel en ik dacht bij mezelf: velt nog wel mee.

Tot ik dinsdagavond Ilian ga halen in de crèche. Ik wil de maxicosi op de achterbank zetten. die past daar niet tussen !!! AAAAAH!
Woensdag dan naar Mechelen gereden. Met Ilian op de voorbank. Mauro op de achterbank. Ik voelde hem ademen in mijn nek. Hij kon mij zo aanraken. De auto stak ook vol en ik had niet veel mee, behalve gerief voor patatjes en fruitpap voor Ilian en zijn pampers.

V R E S E L I J K

Mijn rug is gebroken! Die auto rammelt langs alle kanten, is degoutant vuil… Als ik uitstap, wil ik eerstm ijn handen wassen voor ik ook maar iets vastpak, want dat stuur en die vitessenpook… Brrr… Ik voel me direct vuil als ik iets heb aangeraakt. En dan wil ik nog niet denken aan die stoffen zetel…

Ik wacht vol ongeduld op telefoon om te zeggen dat mijn auto gemaakt is. Ik hoop ten laatste vandaag! IK WIL MIJN AUTO TERUG.

Nu pas besef ik hoeveel luxe ik in feite heb…

Liefs,
Me, Myself and We.

EDIT: Ik heb mijn auto terug! Je kan niet geloven hoe blij ik ben met mijn ‘limousine’.

Stoppen

Lilith heeft het toch maar weer voor elkaar. Ze is van de ene dag op de andere gestopt met Facebook en Twitter. *staande ovatie* Ze vindt dat ze haar leven er te veel door laat bepalen, en dan met name haar humeur. Ik kan dat ergens begrijpen, hoor.

Ik zit ook veel te veel op facebook, Twitter, Instagram en Pinterest. Ik moet mezelf echt verplichten om dat maar één keer per dag te checken in plaats van constant. maar om nu te zeggen dat ik mijn humeur er door laat bepalen, neen, dat is niet het geval.

Als ik de goedhumeurkillers uit mijn leven wil, dan kan ik best stoppen met werken.

Ik begin elke dag om 8 uur met werken. Ik sta op om 5u45 om om 6u45 de deur achter mij dicht te trekken om om 8uur alive and kicking en volledig aangemeld aan mijn werkdag te kunnen beginnen.

Ik lees eerst mijn mailtjes. Die werk ik weg. Mijn postvak in is dan ook bijna constant leeg, op een paar kleine mailtjes na die in opvolging staan.

Nu las ik vanmorgen een mailtje over de inventaris die doorgaat op 21/11 en 22/11. Ik controleerde de lijsten om te zien of ik weer ‘vrijgesteld’ zou zijn door mijn zwangerschap, maar dat was dus niet zo. Ik sta erop om op mijn vrije dag van volgende week (ik werk niet op vrijdag, ik heb dan ouderschapsverlof) en de zaterdag mijn tijd op te offeren om de getelde zaken in ons computersysteem in te typen. Wel, van zo’n mailtjes krijg ik ‘de wubbe’! En zo’n mailtjes verknallen mijn humeur! Mijn dag kan daar echt door verpest worden, he. Dat is mijn probleem.

Ik trek mij die dingen veel meer aan dan ik zou moeten doen. Van die Facebookstatussen en Twitter updates trek ik mijn iks aan, maar mijn werk. Ik ben nochtans niet echt gemotiveerd meer, dus waarom zou ik ervan wakker liggen?

Ik ben nog volop aan mijn professionele looppbaan aan het timmeren. Nog drie jaar!

Oeps: ik ben in de val getrapt van zeuren en klagen. Mijn oprechte excuses.

Liefs,

Me, Myself and We.