Op welke manier leren jongeren graag zaken bij?

Minstens één keer per week krijgt het Oscar Romerocollege een melding binnen van zowel slachtoffers als daders van cyberpesten en sexting. Cyberpesten is een vorm van pesten via digitale kanalen. Vaak wordt er gebruik gemaakt van Facebook, Twitter of Whatsapp. Het kan veel vormen aannemen en er zijn weinig maatregelen die men kan nemen om het tegen te gaan of te stoppen. Sexting is het verspreiden of delen van seksueel getinte foto’s of berichten via mobiele telefoons of andere mobile media. Het aantal meldingen is een verontrustend cijfer, maar het is wel goed dat hierover gesproken wordt binnen de school.

Sociale omgang bij jongeren

Sociale media zijn in feite het verlengde van de wereld waarin jongeren verder kunnen experimenteren en met elkaar kunnen communiceren. De populairste apps hiervoor zijn Facebook, Whatsapp, Snapchat en Instagram.

Als leerkracht kan het nuttig zijn om “media maken” in de klas te gebruiken. Zo kan er een Pinterest bord gemaakt worden over een bepaald onderwerp, een You-Tube-video als spreekopdracht of een blogbericht voor externe lezers.

Bijna de helft van de ondervraagde jongeren in het Apestaartonderzoek van Mediaraven die met sexting in aanraking kwamen, stuurde een foto van zichzelf in bloot bovenlijf door. Een kwart van deze groep jongeren is van mening dat een ontvangen sext zonder toestemming doorgestuurd mag worden.

Er wordt dus online veel gecommuniceerd, maar soms ook verkeerd. Hier werd iets aan gedaan bij het opmaken en geven van de verschillende lessen rond sociale media.

Leerstof

Het Oscar Romerocollege was vragende partij om een lessenreeks uit te werken rond Sociale Media. De focus moest vooral liggen op ‘veilig online’, ‘je privacy onder de loep nemen en beter beschermen’, ‘hoe met elkaar communiceren’ en ‘sexting’. De jongeren moeten ook weerbaarder worden online en kritisch leren omgaan met de zaken die ze daar treffen. Al deze zaken werden uitgewerkt en in een kant-en-klaar lessenpakket gestopt. Op welke manier zou jij graag les krijgen?

Verschillende werkvormen

Als leerkrachten lesgeven, dan denken ze na over op welke manier ze de les gaan aanpakken. Dit noemen we didactische werkvormen. Het hoofddoel van een les is dat leerlingen iets bijleren. Het is ook van belang om als leerkracht de leerlingen aan het werk te zetten, want alleen al doende leert men iets.

Bij het ontwikkelen van deze lessenreeks werden er vijf verschillende werkvormen bedacht, uitgewerkt en uitgetest. Zo werden de leerlingen onderworpen aan een workshop, hoekenwerk, verhaalanalyse, begeleid zelfstandig leren en een lee en schrijfles.

Aangezien mijn onderwijsvakken Nederlands en Project Algemene Vakken zijn, vallen deze werkvormen in eender welke les te gebruiken. Het lesonderwerp leent zich hier ook perfect toe omdat we door de barrières van de vakken breken.

Samenvatting

Workshop

Tijdens de workshop werd vooral de nadruk gelegd op het niet zomaar alles online posten of zomaar vreemden toevoegen. Er werd dus vooral gewerkt op het kritisch leren omgaan met de zaken die de jongeren doen.

Hoekenwerk

Bij het hoekenwerk werden er vijf hoeken ingericht die de leerlingen via een vooraf afgesproken doorschuifsysteem moesten doorlopen. Zo was er een online spelletje dat ze moesten spelen waarbij ze de rol van een webdetective op zich namen. Dit is een heel leuk spel opgemaakt door Child Focus. Hier leren ze veel uit. Er was ook een boekenkast met boekenfiches met daarop de titel van een boek, de cover, de auteur en een korte inhoud. Alle boeken gingen wel over online gaan of internet, cyberpesten of grooming. Hieruit moesten de leerlingen een top drie maken. Ze kregen ook een stappenplan om hun privacy te verzekeren online. Van dit stappenplan werd er een gedicht gemaakt dat ze nadien moesten voordragen aan de rest van de klas. Een ganzenbord met standaard vragen uit een quiz over sociaal gedrag online lag ook op de leerlingen te wachten. Ten slotte was er ook nog een kwartetspel waarbij ze verschillende zaken rond sociale media, cyberpesten, online opslag… moesten verzamelen.

Verhaalanalyse

Hier komt mijn liefde voor literatuur naar boven. Een filmpje over loverboys werd bekeken en nadien besproken aan de hand van ludieke vragen. Er werd op een subtiele manier aan verhaalanalyse gedaan. In plaats van te spreken over de saaie termen zoals ruimte, verteltijd en personage werden er doordachte vragen gesteld zoals “Als jij dit had geschreven, wat had je dan anders of beter gedaan?”. Diezelfde vragen werden ook gebruikt na het lezen van een fragment uit Chatroom. Dit is een boek geschreven door Helen Vreeswijk en gaat ook over meisjes die in de val van een loverboy lopen.

Begeleid Zelfstandig Leren

Dit spreekt in feite voor zich. De leerlingen gaan zelfstandig verschillende zaken leren en de leraar begeleid hen daarbij. In dit geval werd er een webquest opgemaakt. Een webquest is een website waarop de opdrachten staan die ze moeten uitvoeren maar ook hulplijnen waar ze antwoorden op bepaalde vragen kunnen vinden. Dit vergt veel voorbereiding van de leraar, maar tijdens de les zijn de leerlingen vooral zelf aan het werk.

Lees- en schrijfles

De laatste les was een lees- en schrijfles. Hierbij werden er van de website www.hln.be krantenartikels gehaald samen met lezersreacties. De bedoeling was dat de leerlingen dit kritisch lazen en ontdekten dat je niet ondoordacht iets mag posten. De grens met beleefdheid was in sommige gevallen ver overschreden en soms viel het zelfs op dat lezers van de nieuwssite niet altijd heel het artikel lazen alvorens hun gal te spuwen.

Meeste indruk

Welke les heeft nu het meeste indruk gemaakt op de leerlingen? Vooral de eerste les, de workshop, is hen bijgebleven. De manier waarop de zaken werden aangebracht en wat er juist werd gelezen en verteld tijdens de les zijn bij de jongeren blijven hangen.

Jongeren spelen graag spelletjes en dit is ook gebleken bij het hoekenwerk. De afwisseling in deze les en het spelelement vonden ze het boeiendst. Als het aan hen had gelegen, werden er nog meer spelletjes voorzien.

Advertenties

De eindspurt is ingezet

Even een pauzemomentje voor mezelf (het schrijven van dit berichtje he), want ik ben druk bezig mijn Bachelorproef uit te schrijven. Momenteel probeer ik een mooie synthese van mijn literatuurstudie uit mijn mouw te schudden, maar heel gemakkelijk is dat niet. Het vergt volle concentratie en focus. Gelukkig begrijpt Het Ventje me en is hij met de kinderen het huis uit gegaan. Maar ik verwacht ze elk moment terug zodat we vanavond lekker kunnen BBQ’en.

Ik heb ook gezien dat het blijkbaar lang geleden is dat ik hier nog eens iets geschreven heb. De opdrachten en deadlines volgen elkaar in een moordend tempo op en daardoor verwaarloos ik dit een beetje. In de zomervakantie zal ik hopelijk wel weer meer tijd vinden om iets te schrijven, maar voor nu is het alle hens aan dek om die eindspurt tot een goed einde te brengen.

Het diploma lonkt… Eén dezer moet ik ook beginnen solliciteren zodat ik op 1 september aan de slag kan. Bij wijze van spreken dan. Ik hoop écht dat ik op mijn pootjes terecht ga komen.

Ik heb er net drie weken stage op zitten in een lagere school. Voor de paasvakantie was het een week stage in een multiculturele school in Borgerhout. Komende week moet ik twee dagen naar de hogeschool. Dan is het weer een lang weekend en de week daarna vertrek ik naar Engeland voor een week buitenlandse stage. Het is dus nog behoorlijk druk zoals je kan zien.

Je weet nu dat alles hier zijn gang gaat (zijn gangetje gaat het niet, ik spreek echt van zijn gang. Zoveel dingen nog te doen!). Dat ik je nog niet vergeten ben. Dat ik het wel jammer vind dat ik hier niet veel meer post de laatste tijd. Dat ik daar echt verandering in wil brengen eens de studies achter de rug zijn. Dat ik hoop dat je nog altijd wilt komen lezen.

Ach… Ik overleef deze megadrukke periode wel. Als je je trouwens geroepen voelt om mijn Bachelorproef te lezen: geef me maar een seintje. Ik ben een krak in het negeren van mijn eigen gemaakte fouten. Niet uit kwade wil ofzo, maar gewoon… Ik weet wat er moet staan en ik lees dat dan ook, ook al staat dat er niet. Meestal gaat het over heel dwaze dingen… Je zou mij daar alleszins héél fel mee helpen, want een vreemd oog ziet meer dan het eigen oog.

Liefs,
Me, Myself and We.

Bachelorproef

Ik loop al vooruit op de feiten, maar ik ben van mening dat je nooit vroeg genoeg kan beginnen aan je bachelorproef. Dit is iets voor het derde jaar, maar ik zit al een tijdje met een bepaald onderwerp in mijn hoofd… Ik zou iets willen doen rond Tablets in de klas. Nu weet ik niet of ik dit voor Nederlands of voor PAV moet doen, want ik denk dat dat voor beide vakken wel interessant kan zijn.

Voor een bepaald opleidingsonderdeel heb ik hier al een stukje over geschreven. De bedoeling was dat we een essay schreven, dit aan iemand doorstuurde die zijn opmerkingen noteerde en je dan met die opmerkingen aan de slag ging. Het eindresultaat zag er als volgt uit: (de rode tekst bevat de opmerkingen van mijn ‘kritische vriend’, de groene tekst heb ik weer geschreven als antwoord op die opmerkingen). De opdracht op zich vond ik redelijk lastig moet ik zeggen.

Tablets in de klas Ja of neen?

Tablets zijn een dagdagelijks iets geworden voor de jongeren. Het is een nieuwe technologie die overal opduikt en die iedereen wel kent. Iedereen zal het concept wel kennen, maar ga er niet van uit dat iedereen er mee overweg kan. Er zullen zeker jongeren zijn die niet met een tablet kunnen werken. Wel denk ik dat het aantal ‘tablet-dummy’s’ met elk jaar kleiner wordt. Elke reclame die we tegenkomen wordt begeleid door een te scannen vierkantje waardoor je meer informatie krijgt. Dit gebeurt via tablet of smartphone. Het zit bijna in onze vingers gebakken. Zie voorgaande opmerking. Indien ik zou merken dat een leerling toch niet zo vertrouwd is met de tablet, dan zal die de gepaste begeleiding krijgen om het toch te leren kennen.

Jammer genoeg heeft niet iedereen een tablet in zijn bezit thuis omdat het nog steeds duur in aankoop is. Dat is een terechte opmerking. Op die manier kan het gebruik van tablets de diversiteit in je klas heel duidelijk maken. Dat kan een positief gegeven zijn als je er goed mee omgaat. Het kan echter een negatieve ervaring worden voor de jongere(n) als de klas in zijn geheel niet op een correcte manier leert om te gaan met deze diversiteit. Het is binnen je onderzoek misschien wel interessant om ook daar even kort bij stil te staan. Hoe werk je met tablets zodat elke leerling in de klas een optimaal leerresultaat bereikt? Wat als tablet-experts en tablet-dummy’s in één klas zitten? Ik zou er dan ook voor zorgen dat de school deze tablet ‘uitleent’ zodat niemand zijn eigen tablet moet meebrengen. Als iedereen een tablet ‘leent’, valt de diversiteit van wie heeft zijn eigen tablet minder op. Ook zou ik ervoor opteren om met verschillende niveau’s van applicaties te werken zodat de experts zich niet ondergewaardeerd voelen en de dummy’s overschat.

Dit is voor scholen nagenoeg niet anders waardoor het voorstel om tablets te integreren in de klas afgeketst kan worden. Er zijn verschillende scholen die een ‘tabletkoffer’ hebben voor gedeeld gebruik. Maar zoals je opmerkt niet alle scholen. Met je onderzoek kan je die scholen misschien alsnog over de streep trekken. Ook wordt de vraag gesteld wie er voor de reparatie gaat opdraaien als zo’n tablet niet correct gebruikt wordt. Dat is denk ik zeker een groot probleem. Dat heb je ook met de schoolcomputers. Je kunt misschien onderzoeken hoe scholen omgaan met dit probleem bij hun schoolcomputers. Er kunnen zo misschien al enkele tips naar voor komen die toepasbaar zijn voor tablets. Via mijn bachelorproef zal ik proberen om zoveel mogelijk scholen de voordelen van het gebruik van een tablet in de klas te overtuigen. In samenspraak met de andere leerkrachten, de leerlingen zelf en de directie kan er over het reparatieprobleem ook al iets gezegd worden. Potje breken is potje betalen?

Om deze problemen te kunnen aanpakken is een grondige marktstudie nodig. Welke tablets worden aangeboden aan welke prijs? Hoe zit het met de dienst na verkoop? Uiteraard moeten er ook duidelijke afspraken gemaakt worden over wie de tablet-koffer mag en kan gebruiken en hoe dat zal gebeuren. Dit is dus een werk van lange adem, want zo’n marktstudie kan algauw veel tijd in beslag nemen. (Prijzen vergelijken, informatie en advies inwinnen, wachten op feedback van allerlei verschillende partijen.)

Veel zal ook afhangen van hoe de ingesteldheid van de betrokken partijen is. De leerlingen zullen er maar al te graag mee aan de slag willen dat denk ik ook, maar ik zou eerder zeggen dat de meesten er zeker mee aan de slag willen, er zullen denk ik enkelen zijn die het niet graag zullen doen, maar net zo goed gaan er leerlingen zijn die zich onzeker voelen en er niet graag mee werken. Leerkrachten zullen misschien iets terughoudender zijn, om nog maar te zwijgen over de directie. Ik denk dat er inderdaad veel leerkrachten en directie sceptisch kijken naar tablets in de klas, maar zijn er ook niet al veel leerkrachten en directies die hierin heel progressief zijn? En de sceptici hebben ook hun redenen om tegen te stemmen. Het is belangrijk alle voordelen tegenover de nadelen te plaatsen. Formuleer daarna zelf een conclusie zonder vooroordeel. Veel praten en beargumenteren zal dus nodig zijn en is niet op vijf minuten geklonken. Daarom wil ik tijdens de bachelorproef alle partijen aan het woord laten om een sluitende conclusie te kunnen trekken zonder iemand voor de borst te stoten.

Maar misschien is het net wel leuk om van deze leuke, nieuwe ontspanningsmogelijkheid iets te maken waarmee we aan de slag kunnen in de klas? Daar ben ik ook van overtuigd. Aangezien niet elke jongere dit in huis heeft (daar mogen we nooit vanuit gaan) kan dit een leuke manier zijn om hier kennis mee te maken. Het is ook eens iets anders dan met krijt en bord te werken en al zeker dan iets noteren op een stuk papier in een werkboek. Alles wordt veel interactiever. En via bepaalde platformen kan je ook alle leerlingen dwingen deel te nemen aan de les. (vb. iedereen moet verplicht antwoorden op een bepaalde vraag, want de leerkracht kan dit snel nagaan op eigen tablet) Voor de leerkracht kan het ook handig zijn om zo’n tablet te koppelen aan een beamer waardoor de leerlingen exact kunnen volgen wat er moet gebeuren. Ook hoeft er dan niet meer geïnvesteerd te worden in aparte computerlokalen, Daar had ik niet aan gedacht, maar je hebt wel een punt. Het is waarschijnlijk goedkoper om tablets voor een hele klas te kopen dan om een hele klas uit te rusten met vaste computers.  maar wel in de tablets natuurlijk. Voor dit punt is uiteraard ook een kosten-baten-analyse vereist en deze zou ik graag maken.

Elk gestaafd argument is goed genoeg om de directie toch proberen te overtuigen en stimuleren om mee in dit project te stappen. Zo denk ik bijvoorbeeld aan de (zelf)ontplooiing van de leerlingen, de variatie in werkvormen waardoor de motivatie groot genoeg blijft en het feit dat de leerkracht ook verplicht wordt om na te denken over hoe dit geïntegreerd kan worden in de klas. Dit daagt iedereen uit om na te denken over hun eigen aanpak. Het is ook van groot belang dat het financiële plaatje goed wordt toegelicht, want door al de bezuinigingen zal hier niet licht overgegaan worden.

Misschien is het ook ‘gevaarlijk’ voor de afleiding die ermee kan ontstaan, want het internet is dan onbeperkt toegankelijk. Deze internetverbinding moet dan wel vlekkeloos kunnen verlopen wat niet altijd het geval is. Bestaan er educatieve apps die gewoon gedownload kunnen worden, zodat internet niet noodzakelijk meer is. Kan je ook gewoon met Bluetooth werken? Daarom ga ik op zoek naar applicaties die offline perfect functioneren zonder dat een internetverbinding vereist is.

Daarom denk ik dat het handig zou zijn om een app te ontwikkelen die alle deelvaardigheden die in PAV aan bod komen te oefenen. De leerlingen moeten aan deze verleidingen kunnen weerstaan en spelenderwijs aan de slag kunnen met oefeningen voor taal of wiskunde. Dat is een noodzakelijke vaardigheid die ze moeten leren, niet alleen in de les. Het zal hen ook in het dagelijkse leven ten goede komen als ze leren geconcentreerd werken en daarbij kunnen weerstaan aan de ‘verleidingen’. Leerlingen moeten deze verleidingen kunnen weerstaan, want in hun latere professionele carrière zullen ze deze ook moeten kunnen mijden. Dan wordt er niet offline gewerkt, maar is alles online te vinden en zullen ze van alles moeten afblijven wat niet werk-gerelateerd is.

Uiteraard zal dit verder onderzocht worden in mijn bachelor proef. Ik ben namelijk van mening dat tablet niet uit de klas weerhouden kunnen worden. Veel hangt af van de leerkracht en zijn visie op tablets. Wie weet wordt het later in de werkomgeving een onontbeerlijk iets en worden de toekomstige werkkrachten er wel toe verplicht om hiermee te kunnen werken. We zouden dan niet goed bezig zijn door deze boot te missen.

Zelf heb ik absoluut geen ervaring met het gebruik van een tablet in de klas. Toen ik jonger was, mochten we al blij zijn dat we eens naar het computerlokaal gingen en van de 50 minuten les toch wel 10 minuten effectief op de computer mochten werken. Daarom ben ik ervan overtuigd dat dit zeer goed werkbaar is als dit goed en grondig wordt aangepakt.

 

Wat is jouw mening over tablets in de klas? Moet dit geïntegreerd worden of vind je dat dit uit de klas moet blijven? Ik ben zeer benieuwd naar jouw ideeën hierrond!

Liefs,
Me, Myself and We.