Vaarwel 2015, welkom 2016!

Wat een jaar is het geweest. Eentje dat weer veel te snel voorbij is gegaan. De tijd haalt me in. Of dat gevoel heb ik toch.

5 januari: de allereerste schooldag van Mauro. Ineens ook de dag dat mijn opa naar het rusthuis verhuisde.

16 januari: de geboorte van ons tweede zoontje Ilian. Wat een dag!

22 januari: de dag dat mijn grootouders 60 jaar getrouwd waren en een diner kregen aangeboden in het rusthuis om dat te vieren.

5 februari: de dag waarop mijn oma 81 werd.

25 maart: de dag dat mijn opa 85 werd.

5 april: een gezellige en liefdevolle dag ter ere van het doopsel van Ilian.

11 april: de dag waarop mijn opa aan zijn laatste reis begon.

16 april: de dag waarop ik echt afscheid genomen heb van mijn opa en mijn familie (een deel ervan) in mijn achting met 1000% gedaald is.

20 april: mijn eerste werkdag na mijn bevallingsverlof.

22 mei: de eerste dag op mijn werk binnen een nieuwe functie.

2 juni: de derde verjaardag van Mauro met verbrande bolognaisesaus voor bij de pasta.

Juli en augustus wren heerlijk met gezellige dagen, barbecues, apertitieven op ons terras…

13 september: de dag waarop ik 30 kaarsjes mocht uitblazen en een citytrip naar Londen kreeg.

3 oktober: de dag van ons supergeslaagd verjaardagsfeestje, voor herhaling vatbaar!

28 oktober: de dag dat Het Ventje 30 kaarsjes mocht uitblazen.

13 november: we vertrokken naar Londen.

14 november: ik werd ten huwelijk gevraagd!

15 november: we kwamen terug naar huis van Londen.

22 november: Het Ventje en ik waren 7 jaar samen.

24 december: de allereerste kerstavond onder ons vier.

25 december: kerstdag bij mijn schoonmama met leuke cadeaus en lekker eten.

26 december: kerstmis werd bij mijn ouders gevierd, en mijn oma was daar ook.

31 december: vanavond vieren we de jaarsovergang met onze liefste buren.

Wat brengt 2016? Veel feestjes, voorbereidingen voor onze trouw, hopelijk een geslaagd academiejaar en op naar het volgend. Zolang er maar niet nog eens afscheid genomen moet worden van iemand…

Veel plezier vanavond, maak er een gezellig feest van. En tot volgend jaar!

Liefs,
Me, Myself and We.

Advertenties

Trakteren, of toch niet?

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan, jong! Zeg dat ik het je zeg! Een tijdje geleden heb ik nog stellig verkondigd dat ik ABSOLUUT NIETS ging trakteren voor mijn verjaardag dit jaar. Maar zondag kriebelde het toch weer te hard om het aan mij voorbij te laten gaan. Dus ben ik de keuken in gedoken.

Aankomende zondag, 13 september, heb ik de eer om 30 kaarsjes uit te blazen. Gisteren was het ook mijn laatste dag in Anderlecht, vanaf vandaag werk ik in Nazareth. Dus om zowel mijn verjaardag als mijn afscheid te vieren, heb ik dan toch zelfgemaakte dingetjes meegebracht.

Wat had ik allemaal mee?

Njam njam

Njam njam

Appelcake. Hoe maak ik dit? 250gr suiker, 250gr bloem, 250gr patisserieboter, 4 eieren en 3 appels. Ik meng de suiker met eieren en klop dit bijna wit. Daarna voeg ik de gesmolten boter toe. Als dit goed gemengd is, zeef ik de bloem boven dit mengsel en spatel dit eronder. Dan wordt het beslag dikker. De appels heb ik in kleine stukjes gesneden en onder dit beslag gemengd. De cupcakevormpjes werden gevuld en de cakejes werden in een voorverwarmde oven van 200° geschoven. Na een kwartiertje eens prikken. Hangt er geen nat deeg meer aan je fonduevorkje, dan is het klaar. Uithalen, laten afkoelen en mooi presenteren.

Gewone cake. Hetzelfde als hierboven, maar dan zonder de appels. Alleen stond deze keer mijn oven echt te warm waardoor de cake een beetje verbrand was. Ik heb er dan plakjes van gesneden en uit die plakjes vlinders gestoken. Die vlinders werden versierd met zelfgemaakte crème au beurre en smarties. Crème au beurre werd gemaakt met 175gr boter, 350gr bloemsuiker, 3 el kokend water en een paar druppels vanille-essence. De boter zacht kloppen met de handmixer, bloemsuiker toevoegen, water toevoegen en glad mengsel mixen. Nadien kan je er dan mee doen wat je wil.

Wafels. Het was de eerste keer dat ik wafels bakte en ik was er dan ook niet helemaal tevreden over. Ik heb dan maar beslist om ze toch te serveren (want het ging nog net), maar in kleine stukken (meer als hapje) en bestrooid met bloemsuiker.

Chocomousse. Mijn zus en broer zijn zondag komen eten. Ik had chocomousse gemaakt. Ik had zes mooie porties gemaakt en de overschot werd verdeeld over glaasjes. Als je die kleine portie naast al het andere snoep zet, moest dat niet te veel zijn, he. Wat heb ik hiervoor gebruikt? 6 eieren, 4 eetlepels bloemsuiker en 200gr pure chocolade. Eigeel werd opgeklopt met de suiker tot het wit zag. De gesmolten chocolade werd beetje bij beetje aan die eigeelmengsel toegevoegd. Het eiwit werd opgeklopt en dit werd lepel per lepel onder het eigeel-chocolade-mengsel gespateld. Er goed voor zorgen dat je de lucht er niet uit klopt! Om de chocomousse minder ‘zwaar’ te maken, moet je minder eigeel dan eiwit gebruiken. Ik doe altijd van allebei evenveel. Maar dat is naar eigen smaak natuurlijk.

Hopelijk werd alles lekker bevonden. Als het niet zo was, zal ik het niet gehoord hebben.

Liefs,
Me, Myself and We.

Een kind hoort niet te sterven

Ergens in de zomer van het jaar 2010 hadden wij een optie getekend voor een huis. Dit huis stond er nog niet, maar ging gebouwd worden. We moesten eigenlijk beslissen op plan. Aangezien ik in feite niet kan planlezen, was dit dus behoorlijk moeilijk voor mij om mij er een voorstelling van te maken, van ons toekomstig huis.

We zijn op een zomerse dag eens naar die wijk gereden waar ons huis gebouwd ging worden. Ik geloof dat de eerste verdieping al gemetst was en dat er een betonnen plateau gegoten was, maar dat de bovenverdieping nog gebouwd moest worden. We hadden heel onze familie meegenomen om eens te gaan kijken. Ze vonden dat wel leuk.

We liepen een beetje rond in de wijk en zagen ineens een meisje met haar been of haar voet in de gips. We zijn met haar beginnen praten en hebben gezegd dat we ook een huis wilden bouwen zoals dat van hen. Ze heeft ons binnen uitgenodigd en zo konden we dat al eens langs de binnenkant zien ook. Onze familie stond buiten maar een beetje te koekeloeren.

Fijne mensen waren dat. En ze zijn dat nog steeds. We zijn een uur bij hen binnen geweest terwijl onze familie dus buiten in de warmtestond, zonder drank ofzo… Nu ik er op terugkijk was dat een echte schande…

In augustus 2011 zijn we dan verhuisd. Ons huis was gebouwd helemaal naar onze zin. Tijdens het organiseren van de housewarmingsparty’s ben ik zwanger geraakt van Mauro. In juni 2012 is hij dan geboren en kwamen die fijne mensen op babybezoek. Ahja, het zijn onze buren!

Een maand later kregen zij ook hun kindje, Jana. Een leuke meid. Wij zijn ook babybezoek gegaan, maar na de winter (in de winter zie je je buren niet veel, he. Of woon ik op Pluto ofzo?) sloeg het noodlot toe.

Jana was ziek, en nog geen beetje. Om eerlijk te zijn heb ik nooit goed beseft hoe ziek ze was. Ze wandelde regelmatig met haar mama en papa langs onze tuin en dan vroegen we altijd hoe het met hen ging. Ze vertelden dan alles, maar in feite was dat een beetje Chinees voor mij. ik dacht dat de ziekte van Jana van voorbijgaande aard zou zijn.

Ik weet wel dat ze veel tijd doorbrachten in het ziekenhuis en dat ze veel moesten wachten op vanalles om haar te laten genezen. Het was ook iets met haar bloed. (Om jullie niet helemaal in het ongewisse te laten, de ziekte heeft een naam: aplastische anemie.) Ik zoek liever niet te veel op op internet, want je hoort en leest dan alleen maar de negatieve verhalen terwijl ik een positief verhaal wou horen, voor die fijne mensen.

In april vorig jaar (dus een jaar nadat ze de eerste keer is opgenomen in het ziekenhuis) kreeg Jana echter een hersenbloeding. Ik zat op het puntje van mijn stoel en checkte elk uur haar facebookpagina. Als er geen bericht verscheen, stuurde ik de mama een sms. Ik denk dat het arme mens er gek van werd, maar ik leefde met hen mee en wou laten voelen dat ik aan hen dacht en hoopte op een spoedig herstel.

Mijn hart werd gebroken toen ik op haar facebookpagina een berichtje zag verschijnen met de woorden “Jana heeft het niet gehaald…” Ik was aan het werk en ben beginnen wenen. Op mijn werk dan nog! Ik was echt van slag. Twee dagen later werd ze gecremeerd. Beklijvend… Afscheid nemen van zo’n jong kind. Dat tastbare verdriet bij de ouders, grootouders, meter, peter… Vreselijk! Daartegen verdwijnen mijn ‘problemen’ in het niets, jong!

Om hun verdriet een plaats te kunnen geven, vooral de papa dan, hebben ze een boek geschreven. Donderdag ben ik het gaan afhalen en vrijdag was het al uitgelezen. Ik begrijp nu beter dan daarvoor wat ze hebben meegemaakt. Het is zo eerlijk geschreven en omdat ik ze ken hoor ik hen in mijn hoofd de zinnen zeggen die tussen aanhalingstekens staan. Ik heb gehuild bij het boek. Ik durf dat toegeven. Ik heb gehuild odat ik ze ken, denk ik.

Ik vind een overlijden van een kind altijd erg. Maar als het iemand zo dicht in je buurt betreft, is dat precies nog erger, hoewel het verdriet voor de betrokkenen altijd erg is. Ik weet niet hoe ik me hieruit moet praten, maar ik denk dat jullie wel een beetje aanvoelen wat ik bedoel?

Vrijdag heb ik een smsje gekregen van de mama van Jana.
Ik citeer: “Vanuit de hemel wilik laten weten, dat mijn ouders mij nooit zullen vergeten. Darom zeg ik dankbaar en blij, ik heb er een broertje bij. LIAM is zijn naam, is 50cm groot en weegt 3kg330.”

Je kan je niet inbeelden hoe blij ik ben! Ik word altijd blij van een geboorte, maar hier is het anders vind ik. En ik denk dat het voor de ouders nu ook wel harde dagen zullen zijn. Enerzijds het gelukzalig gevoel om dat nieuwe leventje, anderzijds het verdriet om het leven dat ze zijn kwijt geraakt.

Ik wens hen veel geluk, maar ook sterkte, toe. Ook aan de rest van de familie.

En nu ga ik nog een beetje knuffelen met het geluk dat ik heb en er niet over zagen dat ik daarvoor uit mijn bed moest komen.

Liefs,
Me, Myself and We.

Twee nachten

Zolang heb ik mogen ‘genieten’ van het vakantiegevoel op een kinderafdeling in het ziekenhuis. Laat het uit! Vakantie? No way José! Gebroken, dat was ik. Na ocharme twee dagen.

Het heeft me wel héél hard doen beseffen wat onze buren anderhalf jaar lang hebben moeten doorstaan. Jullie kunnen hun verhaal gaan lezen op hun eigen blog.

6 mei 2014 is de dag waarop Jana de strijd verloor tegen aplastische anemie, een bloedziekte. Ik heb nooit beseft hoe ‘gevaarlijk’ die ziekte is, tot ze in april haar hersenbloeding kreeg. Het arme ding…

Die twee nachten hebben me tot nadenken gestemd. Afgelopen zaterdag werd er een kindernamiddag georganiseerd door hun VZW, met benefietvoetblamatch ten voordele van kinderafdelingen in drie ziekenhuizen. Ik heb hen, de dag voor die kindernamiddag, trouwens een berichtje gestuurd dat ik ongenegeerd met jullie durf delen: ‘Hey. Morgen gaat het, ondanks de reden waarom, toch een fijne dag worden denk ik. Wij hadden al immens veel respect voor jullie, maar dat is de afgelopen twee dagen nog vertienduizendvoudigd ofzo. We hebben een duizendste mogen proeven en meemaken met Ilian als jullie met Jana… Wauw! Ik durf niet klagen over mijn gebroken rug van in die slechte slaapzetel zenne. (En nu heb ik het toch gedaan. Sorry.) Dat was ocharme voor twee nachten. Jullie hebben dat bijna anderhalf jaar gedaan… Jawadde. Wij buigen zeer diep voor jullie!! Tot morgen. xxx’

Ze vonden mijn woorden mooi. Maar ik meende ze ook uit de grond van mijn hart. Het leven kan toch oneerlijk zijn, he.

Liefs,
Me, Myself and We.

Hypocriet gedoe

Sinds gisteren ben ik terug aan het werk. Gelukkig scheen het zonnetje al toen ik om kwart voor zeven in mijn auto stapte. Dat maakt het toch ‘draaglijker’ om op de baan te zijn. Al bij al viel mijn eerste werkdag wel goed mee.

Die vier maanden verlof zijn voorbij gevlogen! Ongelooflijk waar de tijd naartoe gaat… Jammer maar helaas heb ik mijn laatste week verlof in mineur moeten afsluiten.

Jullie kennen het verhaal van mijn opa een beetje? Jullie kunnen het hier nalezen. Ik had de week voordien, de week na Pasen dus, gedroomd dat mijn mama me gebeld had om te zeggen dat opa vertrokken was. Ik heb nog gevraagd ‘waar naartoe?’ maar dat was een redelijk domme vraag. Ze bedoelde – in mijn droom – dat hij gestorven was. Ik had haar gevraagd dat als de moment daar is in real life, dat ze het dan ook zo moest verwoorden…

Zaterdagochtend, 11 april, 8u30. Telefoon van mijn mama. In het echt deze keer. “Opa is vertrokken” zei ze. Ik moest niet vragen ‘waar naartoe’. Ik wist het. Ik vroeg of ik ook moest oprijden naar Limburg, maar dat vond ze niet nodig. We zitten met nog kleine kinderen en het is dan minstens voor twee uur dat ze in de auto zitten. Een enkele rit. Dus ik bleef thuis, helemaal van slag.

’s Avonds bij de buren gaan eten. Ik hield me sterk. Maar toen mijn mama belde met de details over de begrafenis, dan kreeg ik het toch moeilijk. Ach…

Zondagmiddag zijn we gaan BBQen bij goede vrienden van ons. Ook daar hield ik me staande. In de namiddag naar mijn ouders gegaan. Eventjes gebabbeld. Samen gegeten. Dan te voet een ijsje gaan eten.

Maandag hebben we niks speciaals gedaan, behalve wat rondgehangen thuis. Van de jongens genoten. Van het goede weer ook.

Dinsdag zijn we een dagje naar Plopsaland geweest. Ik was blij, want ik heb intens genoten van kleuterzoon die alles ontdekte en kon mijn gedachten even afleiden. Later volgt hier een uitgebreider verslag van, inclusief foto’s.

Woensdagnamiddag zijn we naar Limburg vertrokken. Om vijf uur waren we daar. Iets gegeten met mijn ouders, oma, broer en zus. Dan een laatste groet gaan brengen aan mijn opa. (Ik vind dat zo’n rare uitdrukking, want in het leven ‘groette’ ik hem ook niet. Zoiets… Snap je?) Ik ben zoooo blij dat ik hem nog is heb gezien, hoewel het niet lang geleden was. Ik heb hem gezegd dat ik hem graag zie. Ik heb een beetje geweend. Ik heb er vooral ook op gelet dat kleuterzoon opa niet zou zien.

We zijn op hotel gegaan. Mijn zus en ik zaten op haar kamer, met kleuterzoon. Die sliep bij haar in bed. We hebben onze ‘vertellingen’ voor donderdag tijdens de uitvaartliturgie geoefend. We hebben nog een paar aanpassingen gedaan zodat het echt ons verhaal was. Kleuterzoon sliep niet zolang wij aan het praten waren. Van zodra ik even naar beneden ging om het Ventje en babyzoon te begroeten, viel kleuterzoon direct in slaap.

Donderdagochtend ontbijt genomen in het hotel. Om kwart voor tien zijn we vertrokken naar de kerk. Met kleuterzoon op de arm nog eens langs opa geweest. Dan het rijtje zonen en schoondochters afgelopen om te condoleren, hoewel ikzelf ook veel verdriet had en waarschijnlijk nog duizend keer meer dan mijn tante. Mijn neef en nichten (volwassen mensen, by the way. De jongste is 21.) die ik bijna nooit zie, waren daar ook. Ze stonden naast elkaar op een rij. Wij gingen erbij staan zodat we een soort cirkel vormden. Mijn oudste nicht vond niet beter dan met haar rug naar ons te gaan staan en ons voor dood te negeren. Ach wat…

We liepen dan allemaal achter de kist naar voor. Mijn oma op kop, met drie van haar vier zonen achter zich en dan wij, de kleinkinderen. Het was een korte dienst. Een mooie dienst. Met mooie liedjes (‘Laat me alleen met al m’n verdriet’ van Rita Hovink, ‘Jefke’ van Della Bosiers en ‘De vogel’ van Tim Visterin.) Er was geen communie, er waren wel verhalen. Verteld door mijn zus en mij. Ik had het moeilijk en heb staan snikken in de microfoon voor heel de kerk. Maar ik heb me herpakt en ben verder gegaan met mijn verhaal.

Na de dienst was er een koffietafel. Wij (mijn ouders, broer en zus en hun lieven) zaten mee aan de tafel waar mijn oma zat. De lieven van mijn broer en zus waren erbij, want ze stonden op de doodsbrief. Mijn nonkel, tante en hun drie kinderen gingen twee tafels verder zitten. Mijn tante stond erop dat de namen van de lieven van hun dochters op de doodsbrief stonden want “dan hadden ze een dag congé”. Haar letterlijke woorden!! Mijn ouders hebben er dan op gestaan dat de lieven van hun kinderen ook op de brief kwamen te staan. Het erge aan heel dit congé-verhaal is dan nog dat er één van die lieven niet aanwezig was! Waarom moest die dan een dag congé hebben? Daar begon het al mee, mijn afkeer ten opzichte van dat gezin.

Na de koffietafel wilde mijn oma naar huis gaan. Wij gingen met haar mee en besloten om de gekregen kaartjes samen te lezen. Mijn tante, nonkel en nest (neen, niet rest. Ik heb namelijk géén respect voor die mensen omdat zij dat ook niet hebben.) besloten naar Brook te gaan, vier km verder. We moesten hen bellen als opa terug was van het crematorium om naar het kerkhof te gaan. We hebben dat dan ook gedaan, want opa werd bijgezet in de muur.

Er werd nog iets verteld door de begrafenisondernemer. Mijn nichten en neef stonden elkaar te knuffelen tijdens die uitleg, net of ze droegen al het verdriet van de wereld met zich mee. Mijn nonkel droeg de urne, zijn kinderen liepen gearmd erachter. Ik zeg het je: één grote cinema en toneel! De urne werd dan bijgezet in de muur. We bleven nog even staan. Laatste keer ‘ik zie je graag’ gezegd. Dan terug naar mijn oma thuis. Maar je moet niet denken dat die jeugd meeging, hoor! Neen, die gingen naar huis. In plaats van degelijk afscheid te nemen van oma, werd de deur van de auto opengetrokken waar oma zat en werd er gezegd “wij zijn weg, he”. Mijn tante en nonkel zijn wel nog meegeweest.

Ooooh! Wat een hatelijke dag! Ik zeg niet dat we de beste vriendjes moesten zijn, maar een beetje respect en geen totale negatie kon geen kwaad. Ze wilden tijdens de koffietafel ook met Mauro ‘spelen’. Ik heb ervoor gezorgd dat dat niet kon gebeuren. Geen sprake van dat ik hen met mijn kinderen zou laten paraderen.

Ik kan je met het hand op mijn hart zeggen dat heel dat gezin in mijn achting wreed gedaald is. Ik minacht ze zelfs en heb totaal geen respect voor hen door hun gedrag. Ze oogsten wat ze zaaien en voor de rest hoef ik die nooit meer van mijn leven te zien, hoor. Ik ga ze niet missen.

Ik vraag me wel af wat opa zou denken van heel die toestand. Gelukkig is mijn oma nog bijdehand genoeg om te weten wat ze aan wie heeft. Ik zie haar oprecht graag. Net zoals ik opa oprecht graag zag. Ach… Hypocrisie. Het bestaat overal, zelfs op de meest triestige dagen.

Liefs,

Me, Myself and We.

Opa’s aan de top

Mijn opa is altijd een fiere man geweest. Altijd hemd en stropdas. Altijd een gesteven broek. Altijd zijn haar in de plooi. Altijd een opgeblonken bril op de neus. Nooit ziek. Nooit aan de medicijnen voor een ‘hoge bloeddruk’ of eender welk ander kwaaltje…

Hij is geboren in 1930. Heeft dus de tweede Wereldoorlog redelijk bewust meegemaakt. In 1955 is hij met mijn oma getrouwd. Ze kregen vier zonen.

In 2012 reed hij nog zelf met de auto. Hij was wel een beetje verward en wist de weg niet meer zo goed. Gelukkig was mijn oma er om hem de weg te wijzen. Hij heeft uren met zijn eerste achterkleinzoon op de arm in de zetel gezeten.

In 2013 zijn we met zijn verjaardag nog op restaurant geweest. Ik denk dat het de laatste keer was dat we met hem nog iets gedaan hebben… (Neen, dit klopt niet. In juli is hij nog meegewerkt naar de Ardennen. Een beetje vakantie met de rest van de familie. Nu vraag ik me wel af of hij zelf met de auto reed toen…)

Sinds 5 januari dit jaar is hij in een rusthuis. Mijn oma kon niet meer voor hem zorgen.

Ik ben er afgelopen zondag langsgeweest. De fiere man waarover ik eerder sprak is veranderd in een schim van zichzelf. Hij zegt niets. Hij doet met moeite zijn ogen open. Uiteindelijk deed hij ze toch open toen Mauro hem had wakker gekust. Ik wenste hem een gelukkige 58ste verjaardag (85 klinkt wel heel oud, he…). Nog in de fleur van zijn leven! Hij keek me in mijn ogen en deed dan de zijne terug dicht. Ik denk dat hij dat doet omdat hij me herkent en niet meer kan reageren en zodoende mij buitensluit en ervoor zorgt dat ik er niet meer ben.

Ik ben hem aan het verliezen. Ik accepteer het ook. Het is mooi geweest. Hem zo zien, stilzwijgend, met kromgetrokken benen en handen, niet meer willen eten of drinken… Ik zie hem graag met mijn hart, maar om hem ook effectief zo te zien: het doet pijn.

Mijn oma heeft afgelopen zondag ook met ons wat zangers opgeschreven die opa graag hoort voor bij zijn crematie. Ze wil geen triestige muziek, want ze wil niet dat de mensen zich vervelen tijdens de dienst… Hij is nog niet dood, maar als die moment er is, dan heeft ze andere zaken aan haar hoofd. Zegt ze zelf, he!

Vandaag starten ze met het geven van morfine aan mijn opa. Dat is het begin van het einde… Normaal blijft mijn gsm altijd beneden liggen en nooit naast mij tijdens de nacht, maar vanaf nu neem ik hem mee naar boven. Ik ga er niks aan kunnen doen, maar ik vrees (en ergens hoop ik het ook, hoewel dat nu heel cru klinkt, maar ik bedoel het zo niet) dat hij niet zo heel lang meer te leven heeft. Ik gun hem de trots om met opgeheven hoofd van deze aardbol te verdwijnen. Hij is een plant geworden. Heeft geen waardig leven meer…

Lieve opa, ook al ben ik wel is een paar keer heel kwaad op je geweest, ik zie je graag. Je kent je tweede achterkleinzoon nu ook. Doe je ogen toe en slaap maar zacht lieve opa…

Dikke zoen en veel liefs,

Je kleindochter.